DIRECT ZOEKEN

In het aanbod respijtzorg

Mevrouw Dijks – Pel: ‘Ik koester de momenten dat anderen voor hem zorgen’

“Het gaat een beetje op en neer met mijn man. Er zijn momenten dat het best aardig met hem gaat, op andere momenten laat zijn geheugen hem in de steek. Hij kan dat maar moeilijk accepteren, vertelt Rita Dijks-Pel over haar man. De zorg voor hem is intensief. ‘Mantelzorgen doe je 24 uur per dag. Ook ’s nachts dus. Het betekent dat ik nooit lekker doorslaap’, vertelt Rita, ‘ik ben altijd op mijn hoede’.

Klap
Ik heb zeker de eerste vijf jaar als mantelzorger op mijn tenen gelopen. Ik kom uit Limburg, heb als verpleegkundige gewerkt, het zorgen zit in mijn bloed.
Vijf jaar geleden kwam de klap. Ik kreeg een beroerte, en lag bijna vier weken in het ziekenhuis. Ik ben nog steeds niet de oude. Het zette mij aan het denken. Ik nam contact op met Tandem, voerde gesprekken met mijn mantelzorgconsulent, ging boeken lezen. Ik kwam tot de conclusie dat ik mijzelf niet langer wilde wegcijferen, dat ik die intensieve zorg voor hem zowel fysiek als mentaal niet meer kon opbrengen.

Sint Maarten
Wat dat betreft gaf Sint Maarten, de beschermheilige van mantelzorgers, mij het goede voorbeeld. Hij schonk hartje winter de helft van zijn mantel aan een bedelaar. De andere helft hield hij zelf. Niet omdat hij gierig was, maar omdat hij die andere helft nodig had om zelf niet te bevriezen en dus te kunnen blijven zorgen voor anderen. Het is een prachtige metafoor, die ik mijzelf eigen heb gemaakt.

Kaartclub
Via Welzijn Ouderen Heemstede bezoekt mijn man twee keer in de week de Dagbesteding. Hij heeft het er zeer naar zijn zin. Leden van de kaartclub van zijn oude werkgever halen hem elke dinsdagavond op voor een potje kaarten in een buurthuis. Ze accepteren dat hij wel eens verzaakt omdat hij zich niet meer herinnert wat troef is. De verpleegkundigen van Buurtzorg komen drie keer in de week langs. Laatst namen ze hem mee om in de duinen met de rollator te oefenen.

Museumbezoek
De verzorging voor mijn man is zeer intensief, zeker omdat hij erg dwars kan zijn. Zeven dagen in de week 24 uur zorgen, ik kan dat echt niet meer. Daarom koester ik de momenten dat anderen voor hem zorgen. Dan doe ik mijn eigen dingen, bezoek ik met vriendinnen een museum bijvoorbeeld. Dat geeft mij zo veel energie, ik heb dan echt het gevoel dat ik er weer even tegen kan.”